DE PERSONAGES
Terug naar boeken
Marc Ackein is de spilfiguur in de boeken van Bert Bergs.

Uit  'Het duivelse recept' leren we dat hij is geboren in 1978. Na zijn middelbare studies behaalde hij een graduaat in de journalistiek. Hij is een eeuwige vrijgezel en woont in een dakstudio in de nabijheid van Portus Ganda in Gent. Hij doet altijd zijn ochtendloopje op de kaaien in de buurt (Voorhoutskaai, Lousbergkaai, Visserij). Hij durft wel eens in een koffiehuis ontbijten, maar meestal ontbijt hij thuis dat bestaat uit cornflakes in lauwe melk, zoals we kunnen lezen in 'Cirkel Twaalf'.  Verder leren we uit dit boek dat Marc Ackein een moeder en een zuster heeft, die in Antwerpen wonen. Zijn lievelingsdranken zijn rode wijn en Blonde Leffe, maar hij durft wel eens naar whisky grijpen als het hem niet meezit.

Professioneel is Marc Ackein freelance onderzoeksjournalist, die kopij levert aan diverse kwaliteitskranten en dito weekbladen. Hij wordt in de verschillende redacties sterk geapprecieerd omdat hij geen oppervlakkig geruchtmakende verhaaltjes aflevert zoals deze die verschijnen in de meeste bladen, maar goed onderbouwde bijdragen, die de kritische lezer met de neus op de feiten drukt en niet met twijfels of vragen achterlaat. Hij wordt dan ook navenant goed betaald.
 
Als hij in een zaak betrokken geraakt, onderzoekt hij dat op zijn eigenwijze gedreven manier. Hij kijkt niet op een euro om te weten te komen wat hij wilt weten. Wel vergeet hij meestal de opdrachtgever op de hoogte te brengen van de evolutie in het onderzoek, wat soms wat wrevel veroorzaakt.

In 'Het Pi-algoritme' verschijnt voor het eerst zijn moeder, Yvonne Vandamme, en zijn lesbische zuster Mia, die allebei in Antwerpen wonen. Mia speelt een belangrijke rol in het verhaal omdat de vader van haar partner (Gina Coorevits) is verdwenen.

Op het einde van elk verhaal verschijnt hoofdinspecteur Frans De Nolf, de Clint Eastwood, zoals ze hem noemen vanwege een zekere gelijkenis. Hij is de man die uiteindelijk de slechtrikken in Gent achter de tralies moet zetten. Tussen Ackein en De Nolf is het niet altijd koek en ei, hoewel die twee samen uiteindelijk alles tot een goed einde brengen.

In het voorwoord van '30 dagen' geeft hoofdinspecteur De Nolf de auteur in niet mis te verstane woorden te kennen dat hij meer in de schijnwerpers wilt staan. Vanaf dan komt De Nolfs rechercheteam meer uitgebreid aan bod.
We maken kennis met zijn sidekick, Bert Verstraete, een slaafse meeloper. In zijn aanhoudende drang naar erkenning, spuit deze een meter zestig metende hoofdinspecteur te pas en te onpas kwinkslagen van een bedenkelijk intellectueel niveau.
Daartegenover staat hoofdinspecteur, aspirant-rechercheur Sara Vits. Zij is een ernstige en hardwerkende politievrouw, afgestudeerd in de rechten, aangevuld met een masterdiploma criminologie. Met dit arsenaal kwalificaties gaat ze ongetwijfeld een blitzcarrière tegemoet. Haar toevallige ontmoeting met een jeugdvriend en mijn protagonist, Marc Ackein, geeft een nieuwe wending aan haar privéleven. Het is tevens de start van een soms wat woelige samenwerking tussen het koppel.
Inspecteur Geert Standaert, single en gedreven rechercheur, is computerfreak en fervente internetsurfer, die – naar wat in volgende verhalen zal blijken – een welkome toevoeging is aan het team. Hoewel het niet expliciet gezegd wordt in 30 dagen, heeft hij een oogje op Sara. Hij moet nu met lede ogen toezien hoe Marc haar in zijn netten vangt.
Tot slot wordt het team uitgebreid met Björn Maes en Peter Vercruysse, twee aspirant-rechercheurs, die duidelijk nog heel wat praktijkervaring kunnen gebruiken.

Een moordonderzoek is niet compleet zonder wetsdokter. Adriaan Van Dooren verschijnt op het toneel als een uiterst bekwame patholoog-anatoom, die elke stille getuige op zijn snijtafel optimaal aan de praat weet te krijgen. Hij heeft echter de onhebbelijke gewoonte om met oneliners iedere moordscène als een ludieke aangelegenheid af te schilderen. Maar zijn entourage weet maar al te goed dat die aparte aanpak een persoonlijk tegengif is om de gruwel waarmee hij al enkele decennia wordt geconfronteerd, te counteren.


Uit 'Coke in voorraad' leren we dat Marc Ackein en Sara Vits samenwonen in het appartement net onder de dakstudio. Het is geen gemakkelijke opgave: hij als eigenzinnige onderzoeksjournalist en zij als hoofdinspecteur die dikwijls elkaar bij een onderzoek voor de voeten lopen. Ondertussen is hoofdinspecteur Frans De Nolf tot commissaris gepromoveerd en komt Sara Vits meer op de voorgrond als teamleider.
In dit verhaal laat Marc weten dat hij graag een kind wil. Het was ook de vurige wens van zijn moeder, die al lang smacht naar een kleinkind. Carrièrevrouw Sara is echter niet happig om hierop in te gaan.

In 'KOPIEKAT' lezen we dat Sara een miskraam heeft gehad, wat leidt tot een kortstondige depressie in hun relatie en Marc meer naar de drank doet grijpen.

De volgende boeken zullen ongetwijfeld nog meer vrijgeven omtrent Marc Ackein, Sara Vits.en de rest van het politieteam.